Leuven wint de ‘Prijs voor jeugdstad van Vlaanderen’

Maandag 23 oktober 2017 — Leuven is dé jeugdstad van Vlaanderen. Dat maakte Vlaams minister van Jeugd Sven Gatz op zondag 22 oktober bekend tijdens de officiële prijsuitreiking in Jeugdcentrum Castelhof in Dilbeek. Leuven werd bekroond met de prijs ‘Jeugdstad van Vlaanderen’ als dank voor de aandacht en inspanningen die de stad levert voor jongeren en kinderen. Dat we de nominatie voor de prijs te danken hebben aan onze eigen Leuvense jongeren(raad), maakt het winnen ervan des te mooier.

Leuven, een stad voor en door kinderen en jongeren
Kabinet J diende eind mei 2017 haar kandidatuur in voor Leuven. Een sterk dossier, zo blijkt. Want op 22 oktober kwam stad Leuven als winnaar uit de bus. Schepen van jeugd, Dirk Vansina, is alvast erg trots op zijn stad. “Leuven heeft de laatste jaren sterk ingezet op kinderen en jongeren. Het is dan ook belangrijk dat kinderen en jongeren Leuven zien als ‘hun’ stad. Heel bewust kiezen we er als bestuur voor om nieuwe projecten een kans te geven, jongeren te stimuleren om initiatieven te nemen, kinderen een plek in de stad te geven.”

Leuven scoorde erg goed op de verschillende criteria die binnen het in te dienen dossier aan bod kwamen. Zo werd de stad onder de loep genomen op verschillende vlakken, waaronder concrete participatie, integratie van diverse kinderen en jongeren, aandacht voor jeugdcultuur en -informatie, het gebruik van openbare ruimte door kinderen en jongeren en het duurzaamheidsgehalte van het jeugdbeleid.

Een voor een maatstaven waarop Leuven heel wat concrete antwoorden wist te formuleren. Zo is er bv. het concept Kabinet J zelf, en dan vooral de vernieuwende aspecten ervan waarbij alle jongeren een plek krijgen in de jongerenraad. Of het mijnLeuven magazine en de Springlevend Leuven, twee magazines waarbij jongeren en kinderen aan het stuur zitten bij het schrijven van artikels, het maken van fotoreportages en illustraties. En dan is er ook de manier waarop intensief ingezet wordt op de integratie van jongeren die naar België komen. Jongeren die de taal niet spreken, de gewoontes en cultuur niet kennen, niet weten wat te doen in hun vrijetijd, worden door jongerenwerkers van bij het begin opgevangen en wegwijs gemaakt.

Uiteraard zijn er nog heel wat andere aspecten waarop ingezet wordt. Zo streeft stad Leuven er bv. naar dat ieder kind en iedere jongere binnen een straal van 400 meter een plek heeft om (veilig) te spelen en rond te hangen, worden er iedere zomer speelstraten georganiseerd om zo hechtere buurten te creëren waar positiever samengeleefd wordt, krijgen jongeren de kans om zelf aan de slag te gaan als organisator en worden ze hierin zowel financieel, inhoudelijk als logistiek ondersteund vanuit de afdeling jeugd.

Dat we de prijs voor Jeugdstad van Vlaanderen in ontvangst mogen nemen, betekent natuurlijk niet dat we nu op ons lauweren kunnen rusten”, zegt schepen Vansina. “Integendeel. Als stad willen we ook in de toekomst blijven inzetten op een stad die denkt en handelt in het belang van kinderen en jongeren. Zo behaalden we ondertussen ook het label ‘kind- en jongerenvriendelijke stad’, waarmee we ons engageren om ook de komende jaren op een diepgaand en innovatief jeugdbeleid dat breed gedragen wordt.”

Een prijs ten voordele van iedereen
De stad Leuven mag naast de titel ‘Jeugdstad van Vlaanderen’ ook een geldprijs van 10.000 euro in ontvangst nemen. Een prijs die bedoeld is voor de verdere ontwikkeling van het jeugdbeleid. Kiran Shaikh, Leuvense jongere en lid van Kabinet J, heeft alvast een idee hoe beslist moet worden wat er met het geld gebeurt. “Stad Leuven heeft doorheen de jaren een sterk jeugdbeleid uitgebouwd, dat bevestigt Vlaanderen met deze prijs. Maar het kan natuurlijk altijd beter. Daarom willen we als jongerenraad verder blijven inzetten op de rode draad die het beleid uitdraagt: een stad voor en door kinderen en jongeren. Hoe en waaraan het geld besteed wordt, willen we dan ook in de handen leggen van de jongeren en kinderen zelf. We willen zoveel mogelijk wilde ideeën bij elkaar sprokkelen om nadien samen met het beleid te bepalen waar we kunnen op inzetten.”