Resultaten Stadsmonitor 2017

Leuven een vooruitstrevende en open stad

Dinsdag 20 maart 2018 — Vlaams minister voor Stedenbeleid Liesbeth Homans stelde gisteren de resultaten van de Vlaamse Stadsmonitor voor. De Stadsmonitor brengt aan de hand van een 200-tal indicatoren de leefbaarheid van de 13 Vlaamse centrumsteden in kaart. De indicatoren zijn gebaseerd op kwantitatieve data van de verschillende overheden en op een bevraging van een representatieve steekproef aan inwoners per centrumstad. Die bevraging meet de perceptie van de inwoners over een aantal thema’s. Samen wordt zo een beeld geschetst over 10 maatschappelijke domeinen, van cultuur en vrije tijd, onderwijs en vorming, ondernemen en werk, wonen en woonomgeving, mobiliteit, natuur, milieu en energiezorg, zorg en gezondheid, samenleven, overheid en armoede. 

Enkele markante cijfers
Net zoals in de vorige edities van 2011 en 2014 scoort Leuven uitstekend. Het beeld van een vooruitstrevende stad met inwoners met een hoog tevredenheidsgevoel wordt opnieuw bevestigd.

“Leuven is en blijft een aantrekkelijke stad om te wonen”, aldus een trotse burgemeester Louis Tobback. “Keerzijde van de medaille is dat Leuven een dure woonstad is. Maar de prijzen van appartementen stegen er, door het grote aanbod, minder snel dan in andere centrumsteden. Hierdoor staat Leuven op een gemiddelde plaats wat betreft de prijs voor een appartement.” 

“Met de uitstraling van straten, pleinen, parken, monumenten en gebouwen bekleedt Leuven een mooie derde plaats. Over de netheid van het stadscentrum is maar liefst 88% van de Leuvenaars tevreden, enkel Mechelen doet beter. De informatiespreiding rond nieuwe ingrepen vindt de Leuvenaar ook dik in orde. Op veel domeinen scoort Leuven bovengemiddeld ten opzichte van de Vlaamse centrumsteden. En wat betreft vertrouwen in het stadsbestuur moeten we enkel Mechelen laten voorgaan”, voegt eerste schepen Carl Devlies, bevoegd voor financiën en ruimtelijke ordening toe.

“Onze inwoners voelen zich hier ook zeer veilig”, voegt de burgemeester eraan toe. “Slechts 4% voelt zich soms onveilig of mijdt bepaalde plekken. Ook al lag het onveiligheidsgevoel en -gedrag in de vorige meting al heel laag in vergelijking met andere centrumsteden, toch is het onveiligheidsgevoel en mijdgedrag in de stad nog ongeveer gehalveerd ten opzichte van 2014.” 

Leuvenaars handelen zeer milieubewust en vertonen ook heel ecologisch gedrag. 1/3e van de Leuvenaars koopt minstens wekelijks bio-voeding. Een even grote groep eet minstens wekelijks vegetarisch.

Leuvenaars gebruiken voor woon-werkverkeer eerder de fiets dan de auto (47%). Bovendien is dat dé topscore. 5% heeft een abonnement voor autodelen (2e plaats) en 12% doet aan autodelen. 56% heeft een abonnement openbaar vervoer. Ook daarmee scoort Leuven het hoogst. “Ons streven naar een klimaatneutrale stad tegen 2030 wordt duidelijk opgepikt door de Leuvenaars”, concludeert schepen Ridouani.  “59% van de inwoners geeft ook aan in een energiezuinige woning te wonen.”

De inwoners van Leuven zijn zeer actieve burgers: 47% is actief lid van een vereniging, een stijging van 5% ten opzichte van 2014. Enkel Hasselt telt, relatief gezien, meer actieve burgers. 54% van de Leuvenaars sport ook minstens één keer per week. “Daarmee zijn de Leuvenaars de ijverigste sporters. 82% is tevreden over de sportvoorzieningen”, aldus schepen van sport Erik Vanderheiden.

46% van de inwoners spreekt zich positief uit tegenover de aanwezigheid van andere culturen. “Dit is net als de vorige edities met voorsprong de beste score van de 13 steden”, zegt schepen van diversiteit Denise Vandevoort.

Leuven behaalt een topscore van 59% voor de tevredenheid over geschikte plekken voor de opgroeiende jeugd (+12 jaar). “Een score die, gezien de recente ontwikkelingen, zoals de uitbouw van Stelplaats en de jongerenplek in het stadhuis, in de toekomst ongetwijfeld nog zal toenemen”, aldus een trotse schepen van jeugd Dirk Vansina.

In Leuven vind je het grootste aanbod aan kinderopvangplaatsen van alle centrumsteden. Voor 61% van de 0-3-jarigen is er een plaatsje. Dit aandeel is gestegen ten opzichte van 2013. Toch is slechts 51% tevreden over het aanbod in de buurt. De perceptie dat er een tekort aan kinderopvangplaatsen is in Leuven lijkt hardnekkig genesteld in de hoofden van de Leuvenaars. “Ten onrechte: investeringen vanuit de stad Leuven resulteerden in een duidelijke stijging aan het aantal opvangplaatsen. Het Leuvens masterplan voor kinderopvang werpt zijn vruchten af. De wachtenlijst zijn volledig weggewerkt. Uiteraard is er een zeer grote nood aan opvang in Leuven. De werkzaamheidsgraad in Leuven is heel hoog, we tellen het hoogste aantal tweeverdieners en veel 50-plussers werken nog – waardoor ze de zorg van de kleinkinderen niet op zich kunnen nemen. Bovendien kunnen minder gezinnen terugvallen op familie in de buurt voor informele opvang”, aldus schepen Bieke Verlinden.

Kansarmoede in Leuven
De kansarmoede-index van Kind en Gezin zet het aantal kansarme geboortes in 2016 op 20.2%, wat een stijging inhoudt van 6.4% ten opzichte van 2013 en een gemiddelde score is (6de hoogste aandeel van de centrumsteden). De regioteamleden van Kind en Gezin leveren de basisgegevens hiervoor aan. Zij toetsen bij elk gezin zes criteria: het maandinkomen van het gezin, de arbeidssituatie van de ouders, de opleiding van de ouders, de huisvesting, de ontwikkeling van de kinderen en de gezondheid. Per criterium werd een ondergrens bepaald, die in combinatie met de andere criteria aangeeft of een gezin al dan niet leeft in kansarmoede. Wanneer de leefomstandigheden van een gezin bij drie of meer van deze zes criteria zich op of onder de ondergrens bevinden, dan wordt het gezin als levend in kansarmoede beschouwd.  “Deze cijfers zeggen evenwel niets over het lokaal sociaal beleid”, duidt schepen Verlinden. Ook Kind en Gezin geeft aan dat de kansarmoede-index een diagnose-instrument is. Wat deze index aantoont is dat Leuven een diverse en veelzijdige stad is, waar ook heel wat kwetsbaarheden zijn. Hoe je omgaat met die diagnose, welk beleid je voert naar woon-, gezins-, gezondheids-, en werksituaties van jonge gezinnen, dat is hoe je deze index moet interpreteren.”

De OKI-index, de kansarmoede-index die wordt gebruikt in het onderwijs, positioneert Leuven op een meer positieve vierde plaats. Deze index is ten opzichte van vorige editie licht gestegen van 0.78, naar 0.81. De OKI-index is een samengestelde indicator die het risico op kansarmoede weergeeft en uitgaat van volgende leerlingenkenmerken: laag opleidingsniveau van de moeder, gezinstaal niet-Nederlands, schooltoelage, buurt met hoge mate van schoolse vertraging.

Nieuw in deze editie was dat er ook gepeild werd naar de subjectieve armoede van de inwoners. In Leuven gaf 12% aan (heel erg) moeilijk rond te komen, wat het laagste aandeel is van alle centrumsteden. Dit laag aandeel kan deels verklaard worden door de ondervertegenwoordiging van niet-Belgen bij de personen die de vragenlijst hebben ingevuld en moet daarom enigszins genuanceerd worden.

“De verschillende metingen spreken elkaar duidelijk tegen. We kunnen concluderen dat er helaas sprake is van een toename van de kinderarmoede in Leuven. Dat zo’n 20% van de Leuvense kinderen in kansarmoede geboren wordt, lijkt een overschatting maar we nemen dit cijfer zeker mee als een signaal om gezinnen in kansarmoede nog beter op te vangen en te begeleiden, via stadsbrede acties en buurtgerichte initiatieven”, besluit OCMW-voorzitter Herwig Beckers.

Interpretatie
Het is belangrijk om voor de interpretatie van de resultaten te wijzen op het belang van de lokale context en de samenhang van bepaalde indicatoren.

“Een eerste aandachtspunt is dat er geen rekening wordt gehouden met de grote studentenbevolking in Leuven. Leuven telt immers geen 100.000 inwoners, maar zo’n 145.000. De niet in Leuven gedomicilieerde studenten, zo’n 45.000 worden echter niet meegeteld en ook niet bevraagd,” legt burgemeester Louis Tobback uit. Dit is zeker relevant voor indicatoren waarbij de totale bevolking wordt aangewend om percentages te berekenen, zoals de criminaliteitsgraad. Wanneer we deze berekenen op basis van het werkelijk aantal inwoners, inclusief studenten, dan scoort Leuven zeer gemiddeld met 95 geregistreerde feiten/1.000 inwoners (in plaats van 143.1). Bovendien wordt in deze cijfers ook geen onderscheid in de ernst van de geregistreerde feiten. Die kunnen gaan van fietsdiefstallen tot moord.  

“Een tweede belangrijke factor is dat de bevolkingsdichtheid van Leuven bijna twee keer zo hoog is als het gemiddelde van de 11 centrumsteden uitgezonderd Antwerpen en Gent”, licht de burgemeester toe.  “De druk op de leefbaarheid, de mobiliteit en de voorzieningen is daardoor beduidend hoger voor Leuven dan voor een centrumstad met een veel lagere bevolkingsdichtheid.” Het is dan ook opmerkelijk te noemen dat Leuven ondanks deze beperkingen - inherent aan zo’n brede studie over verschillende steden heen - toch zo hoog scoort op indicatoren die door de hierboven genoemde factoren negatief beïnvloed worden.

“Leuven wil over de resultaten geen hoera-verhaal ophangen.  We willen de Stadsmonitor ook niet bekijken als een wedstrijd tussen steden. Het stadbestuur wil degelijke onderzoeken als deze Stadsmonitor vooral aangrijpen als een kans om lessen te trekken. We gebruiken de Stadsmonitor dus als een beleidsmonitor en zullen de resultaten grondig analyseren. Net zoals vorige editie, lieten we extra bevragingen uitvoeren in 8 representatieve stadsdelen. Zo kunnen we de resultaten binnen deze stadsgebieden beter analyseren en interpreteren,” zegt burgemeester Tobback.

Als bijlage vind je een nota over de resultaten voor Leuven van de stadsmonitor 2017 - in cijfers en per beleidsdomein.

Burgemeester en schepenen van het college, elk voor hun respectievelijke bevoegdheden
Elke Van Hamme beleidsadviseur analyse en planning
Geertrui Vanloo adjunct-algemeendirecteur